FAR: faalangst reductie training
Al jaren kunnen leerlingen van de eerste en de tweede klas (soms ook derde) van onze school gebruik maken van de faalangstreductietraining. Deze wordt gegeven door de onderstaande personen:

drs. W. Stolk |

I. Takens |
Deze begeleiders zijn tevens docenten van het Keizer Karel College. Er is bewust gekozen voor meerdere begeleiders, zodat de één de training kan geven en de ander de lessen kan observeren.
Wat is faalangst?
Faalangst is angst om iets te doen. Elk mens heeft wel eens, dat hij/zij ergens tegenop ziet. We beschouwen het pas als een probleem, wanneer het ons functioneren belemmert.
Welke soorten faalangst zijn er zoal?
| • | cognitieve faalangst: de leerling heeft hard geleerd voor een proefwerk en presteert zwaar onder de maat. |
| • | sociale faalangst: de leerling heeft soms/vaak moeite met het leggen van contacten, voelt zich niet zo aanvaard door de groep. |
| • | motorische faalangst: de leerling is bang af te gaan bij gymnastiekles en loopt houterig op een bok af en is niet in staat er op dat bewuste moment over te springen. Een volgende keer zal een lichamelijke inspanning er niet makkelijker op worden. |
Hoe kunnen we faalangst herkennen?
Als kinderen veel transpireren, vluchtgedrag vertonen als ze een proefwerk moeten maken, buikpijn of hoofdpijn krijgen is het tijd om je af te vragen of er geen verband is tussen deze angst en de te leveren leer- of sociale prestatie.
Wie komen in aanmerking voor onze training?
In de eerste klas wordt er in de loop van november een Schoolvragenlijst afgenomen door de mentoren. Deze vragen zijn ontworpen om te kijken of de leerlingen problemen hebben met leertaken, sociale vaardigheden of met het presteren binnen schoolverband.
Mentoren kunnen ook leerlingen voordragen voor deze cursus. De trainers van de faalangstreductietraining zullen vervolgens een gesprek hebben met de leerling.
Alle leerlingen in de brugklassen hebben een bezoek gehad van een van de hierboven genoemde begeleiders, die voorafgaand aan de Schoolvragenlijst, uitgelegd heeft wat hun te wachten staat. Bij deze gelegenheid is benadrukt, dat alleen leerlingen, die zelf mee willen doen aan de training mogen meedoen.
Ook de ouders/verzorgers spelen in deze periode een grote rol. Die leerlingen, die eventueel in aanmerking komen voor de cursus, krijgen een brief mee voor hun ouders/verzorgers om op een ouderavond te komen om kennis te maken met de trainsters. Op deze avond zal uitgelegd worden wat de cursus zoal inhoudt. De trainsters zijn overigens van mening, dat de cursus pas dan effect heeft, als de ouders/verzorgers zich positief opstellen.
Is faalangst iets bijzonders?
Nee, elke mens kent wel een zeker gevoel van spanning als hij/zij iets bijzonders moet doen/nieuwe mensen gaat ontmoeten. Normaal gesproken komt 1/3 van elke klas in aanmerking voor de cursus als we op de resultaten van de Schoolvragenlijst afgaan.
De test beschouwen we trouwens als een aanleiding tot een gesprek. Een momentopname kan nooit een allesbepalend karakter hebben. De inschatting van de mentor en/of andere leraren speelt zeker ook een rol. Uiteindelijk komen er twee groepen van maximaal twaalf leerlingen in de cursus. (Er hebben dan gesprekken plaatsgevonden met ongeveer veertig tot vijftig leerlingen).
Komt faalangst alleen voor bij slecht scorende leerlingen?
Nee. Dit is een misverstand. Faalangst komt ook voor bij leerlingen, die juist hoogbegaafd zijn. Leerlingen, die "gaan voor een tien" kunnen enorm van slag raken als zij slechts "een negen" halen. Op den duur kan dit hun verdere functioneren belemmeren.
Kun je je ook vrijwillig aanmelden voor deze cursus?
Ja. Dat is in het verleden ook wel gebeurd. Soms vraagt een leerling, die door ons voorgedragen is voor de cursus of zijn of haar vrien/in mee mag doen. Soms blijkt dan in de praktijk, dat uiteindelijk die vriend/ of vriendin meer behoefte had aan de cursus dan de kandidaat zelf.
Het komt ook voor, dat leerlingen na een keer de cursus te hebben gevolgd, een volgend jaar opnieuw meedoen om hun kennis op te frissen. Dit is geen enkel probleem, aangezien de cursus deels gevormd wordt door de interactie tussen de leerlingen. Telkens wijzigt de groep, dus je kunt ook weer van andere mensen leren.
Wat doen we nu eigenlijk tijdens de training?
| • | We inventariseren welke angsten/drempels er leven bij de kinderen. Als je namelijk denkt, dat je iets niet kunt, dan ga je je daar ook naar gedragen. Dit proces kun je ook leren tegen te gaan. |
| • | We doen ontspanningsoefeningen, ontleend aan de yoga. |
| • | We leren met elkaar en door elkaar hoe je je beter kunt presenteren: verbaal en non-verbaal. |
| • | We zullen met ingang van dit jaar ook enkele oefeningen doen om de sociale vaardigheden te trainen. |
Hoe lang duurt de cursus en wanneer begint deze?
De cursus zal de eerste week na de kerstvakantie beginnen. Elke woensdagochtend en donderdagochtend het eerste uur zal de cursus plaatsvinden. De les duurt 45 minuten en we zullen ongeveer 11 keer bij elkaar komen.
Rond januari is er een ouderavond over de faalangstreductietraining. De leerlingen die meedoen met de cursus krijgen een uitnodiging mee naar huis voor de ouders.
De leerlingen tekenen vooraf een contract, waarin afgesproken wordt, dat ze alle 11 keer komen (ziekte natuurlijk daargelaten). Het is namelijk niet de bedoeling om af en toe te komen. De cursus kent een duidelijke opbouw in de oefeningen.
Bij deze cursus geldt een afspraak: de leerlingen mogen thuis en aan andere leerlingen alles vertellen over de oefeningen, die ze doen. Over vertrouwelijke mededelingen spreken we af, dat we daarover niet praten.
Waarom is deze cursus zo bijzonder?
Er zijn andere plaatsen waar leerlingen een faalangstreductietraining kunnen volgen. Vaak tegen betaling van veel geld. Het voordeel van onze school is, dat de leerlingen met leeftijdgenoten in de cursus zitten, die zich herkennen in hun situatie. De school, de docenten zijn bekend. De leerlingen kunnen op sociaal gebied veel van hun leeftijdgenoten leren. Die kracht proberen we zoveel mogelijk uit te buiten.
Leerlingen, die deze cursus volgen zijn beslist niet altijd en overal faalangstig. Iedereen kan wel eens een periode hebben, dat hij of zij minder draait. Het is de kunst om te weten wat je daaraan kunt doen.
Wordt er ook een training gegeven in de bovenbouw?
Ja. Ook in de bovenbouw kunnen leerlingen geconfronteerd worden met faalangst. Soms zijn dat leerlingen die in de onderbouw de training gevolgd hebben en toch wat opfrissing nodig hebben. Ook komt het regelmatig voor dat leerlingen in de onderbouw geen last hadden van faalangst en in de bovenbouw wel. Dat heeft vaak te maken met de grote veranderingen in de vierde klas.
Wie meer informatie wil hebben over deze training kan hierover contact opnemen met de hierboven genoemde begeleiders. Wie wat meer wil lezen over deze materie kunnen wij verwijzen naar de onderstaande literatuur.
De begeleiders van de faalangstreductiecursus.
november 2008
Literatuur:
| • | Ard Nieuwenbroek, Sander Reinalda en Jos de Vries: 'Handboek faalangsttraining' 1998 KPC groep, isbn nr 906755120 1 |
| • | Ard Nieuwenbroek: 'Faalangst en ouders' KPC onderwijs in Den Bosch, Uitgeverij Kok in Kampen, isbn nr 9789024294350 |
|